Bewegingskunst als verbindende factor

Euritmie is een bewegingskunst die in de vrijeschool in alle klassen gegeven wordt. Het leerproces in de klas wordt via de bewegingen op verhalen, gedichten of muziek op een dieper niveau verwerkt. Het geeft dus een verdieping aan de lesstof. De wijze waarop euritmie wordt aangeboden, sluit aan bij het ontwikkelingsniveau van de kinderen en ondersteunt het leerproces in de klas.

Kleutereuritmie
In de lagere klassen werk je vanuit de kring, het geheel, omdat jonge kinderen nog niet op zichzelf staan maar sterk verbonden zijn met de omgeving. We doen meestal een verhaal of sprookje waarbij de bewegingen vooral uitdrukking geven aan de stemmingen in het verhaal. De kinderen volgen je dan, en doen het op hun eigen manier na. Ze zijn in de kleuterklas nog vrij in hoe ze dat doen. Ze ervaren bijvoorbeeld dat een norse koning iets anders is als een boze koning. Dat verrijkt hun gevoelservaring. Ik bouw het verhaal zo op dat ze aan het einde van de les even helemaal bij zichzelf kunnen zijn. De kleuters vinden veel houvast in de herhaling. De verhalen doen we meestal zo’n vijf weken achter elkaar en het begin en einde van de les zijn altijd hetzelfde.

Luisteren en samenwerken
Hoe ouder de kinderen worden, hoe meer de bewegingen vaste vormen aannemen. De woordeuritmie uit de lagere klassen (verhalen, sprookjes, gedichten) gaat over in tooneuritmie: de bewegingen volgen de muziek, waarbij wakkerheid, nauwkeurigheid en samenwerken heel belangrijk zijn om de soms ingewikkelde figuren te laten lukken. In de euritmieles leren de kinderen echt te luisteren omdat ze de woorden of de muziek moeten vertalen in bewegingen. En ze leren er samenwerken. Want alles wat je doet, doe je met de héle klas. Bij sommige oefeningen wordt het meteen chaos als één kind het nog niet kan. Bijvoorbeeld een koperen staaf of bol die je op de muziek doorgeeft aan je ene buurman terwijl je er van de andere één ontvangt. Je moet als klas leren gezamenlijk een doel te stellen. Die samenwerking werkt door in het sociale proces in de klas. De kinderen die het snel oppikken, zijn een helpend voorbeeld voor de kinderen bij wie het niet vanzelf gaat. Het mooie is dat kinderen die in de klas misschien wat zwakker zijn in bijvoorbeeld rekenen, juist in de euritmie vaak degenen zijn die uitblinken. Dat is natuurlijk heerlijk voor ze, dat zij ook ergens heel goed in zijn.

De klas en het kind ‘lezen’ in de beweging
Aan de manier van bewegen kun je veel leren over de eigenheid van een kind en van een klas als geheel. Als euritmieleraar zoek ik ook aansluiting bij de eigenheid van een klas. Een drukke klas vraagt iets anders dan een stille klas. En een klas die heel hecht is, kan iets anders aan dan een klas waar dat minder het geval is. Ook de klasseleerkracht kan in de euritmieles een kind of de groepsdynamiek van de klas nog beter gaan begrijpen.